Van twee kleine veenderijen op drassige grond tot het grootste dorp van Nederland. Dit is het verhaal van Drachten, in vogelvlucht en in detail.
Inhoud
Drachten kent een geschiedenis van eeuwen. Gebruik onderstaande links om direct naar een onderwerp te springen, of lees het hele verhaal van boven naar beneden.
De belangrijkste mijlpalen op een rij
Kleine buurtschappen ontstaan op de hogere, drogere plekken in het drassige veengebied: Noorder-Dragten en Zuider-Dragten.
Een vaart voor de turfhandel geeft de nederzettingen een economische motor en legt de basis voor eeuwen bedrijvigheid.
De twee buurtschappen vloeien samen tot één dorp: Dragten, later Drachten.
Drachten telt op zijn hoogtepunt twaalf molens en meerdere tabaksfabrieken; touwslagers, zeilmakers en leerlooiers vestigen zich langs de vaart.
Verbindingen met Heerenveen, Groningen en Leeuwarden brengen het dorp dichter bij de rest van Nederland.
De komst van de scheerapparatenfabriek zorgt voor een explosieve bevolkingsgroei: Drachten wordt tijdelijk de snelst groeiende gemeente van Nederland.
Verkeersborden en stoplichten verdwijnen: Drachten wordt wereldwijd het voorbeeld van het Shared Space-concept.
Met ± 45.000 inwoners is Drachten een bruisend centrum voor werk, cultuur en winkelen — en nog altijd zonder stadsrechten.
Twee gehuchten op het hoogveen
De oorsprong van Drachten ligt diep in de middeleeuwen. Rond 1300 tot 1500 woonden er al mensen in het gebied, al was het toen nog niet meer dan een kleine negorij. De omgeving bestond grotendeels uit hoogveen: drassig, drassig en opnieuw drassig. Om droge voeten te houden zochten de eerste bewoners hun heil op de hoger gelegen plekken in het landschap. Zo ontstonden twee afzonderlijke nederzettingen: Noorder-Dragten en Zuider-Dragten.
In de loop van de zeventiende eeuw groeiden deze twee buurtschappen naar elkaar toe en vloeiden ze samen tot één dorp: Dragten, zoals het toen werd geschreven, later Drachten. Bijzonder is dat Drachten, ondanks zijn omvang, nooit stadsrechten heeft gekregen. Daarom wordt het al decennialang liefkozend "het grootste dorp van Nederland" genoemd — een dorp dat qua inwonertal met menige stad kan wedijveren.
Turf, handel en bedrijvigheid
De ligging in het veengebied was allesbepalend voor de vroege economie van Drachten. Het hoogveen leverde turf, dat eeuwenlang een onmisbare brandstof was in heel Nederland. Om die turf efficiënt te kunnen vervoeren, werd in 1641 de Drachtstervaart gegraven. Deze vaart — en de zijtakken die er later bijkwamen — bepalen tot op de dag van vandaag nog altijd de structuur van het dorp: veel straatnamen en de loop van het huidige centrum zijn direct te herleiden tot dit water.
Rond de vaart ontstond al snel een levendige bedrijvigheid. Touwslagers, zeilmakerijen, schuitmakerijen en molenaars vestigden zich langs de kades. Wat begon als eenvoudige ambachtelijke bedrijvigheid groeide gestaag: pas rond 1900 nam de werkgelegenheid echt toe, onder meer door de komst van leerlooiers, een schorsmalerij en een schoenfabriek aan het Moleneind.
Twaalf molens langs de vaart
Dragten — zoals het vroeger ook wel werd geschreven — telde ooit maar liefst twaalf molens: korenmolens, een volmolen, een pelmolen, oliemolens, een houtzaagmolen en zelfs een mosterdmolen. De laatste molen verdween in 1940. Alleen straatnamen als het Moleneind en de Oliemolenstraat herinneren nog aan die tijd.
Aan het Moleneind stond sinds 1850 een olieslagerij die met een molen olie perste uit raap- en lijnzaad. Na een brand in 1903 werd het complex herbouwd; in 1920 schakelde de eigenaar over op de productie van drijfriemen. Aan het huidige pand van Dunlop Conveyor Belting is nog te zien dat hier ooit een molen stond.
Van de Drachtster Kei tot sigarendraaierijen
Naast molenaars kende Drachten in de negentiende eeuw een bloeiende tabaksindustrie. Er werd op meerdere plekken tabak en sigaren geproduceerd, en het dorp had zelfs zijn eigen pruimtabak: de Drachtster Kei, geproduceerd door Tabaksfabriek De Bijekoer aan de Zuidkade ("stevig in de mond", luidde de slogan). Andere bekende namen waren tabaksfabriek De Gouden Arend op de Zuidkade en De Rookende Moor op de Noordkade. Daarnaast waren er sigarendraaierijen, leerlooiers en schorsmalerijen actief — stuk voor stuk bedrijven die met de groei van de bevolking meegroeiden.
Hoe Drachten bereikbaar werd
In 1884 kon je vanuit Drachten met de stoomtram naar Heerenveen reizen; later volgden verbindingen naar Sumar, Burgum, Veenwouden, Dokkum, Groningen en Leeuwarden. Door de opkomst van bus en auto verloor de tram terrein, en in 1948 reed hij voor het laatst naar Groningen.
Nadat de tram verdween, reed er dagelijks een goederentrein tussen Groningen en Drachten. In de jaren 80 maakte alleen Philips er nog gebruik van; in juni 1985 reed het treintje voor het laatst en in 1987 werden de rails opgebroken.
Op 3 januari 1979 kreeg Drachten een eigen stadsbusdienst. Het busstation verhuisde in de loop der tijd van de Stationsweg naar het Van Knobelsdorffplein, en sinds 2016 vormt het Transferium aan het Ureterpvallaat het centrale knooppunt van Drachten.
Bezetting, verzet en herdenking
Ook Drachten onderging de zware jaren van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De oorlog bracht angst en onzekerheid, maar ook solidariteit onder de inwoners. Elk jaar op 4 mei wordt in de tuin van het monumentale Van Haersma State stilgestaan bij de Drachtsters die tijdens de oorlog zijn omgekomen. De naoorlogse periode stond in het teken van wederopbouw: nieuwe woningen, nieuwe wegen en een hernieuwde focus op de lokale economie legden de basis voor de grote groei die daarna volgde.
Van 9.000 naar 45.000 inwoners
De grootste omslag in de geschiedenis van Drachten kwam in 1950, toen Philips besloot een fabriek te bouwen aan de Oliemolenstraat voor de productie van scheerapparaten (Philishave). De komst van deze grote werkgever zorgde voor een explosieve groei van de werkgelegenheid en trok in korte tijd duizenden nieuwe inwoners aan. In de jaren 60 van de vorige eeuw was Smallingerland zelfs even de snelst groeiende gemeente van heel Nederland. Er werden speciale "Philips-woningen" gebouwd om al dat personeel te huisvesten, verspreid over nieuwe wijken rond het oude dorpscentrum.
De cijfers laten die groei duidelijk zien: rond 1920 telde Drachten ongeveer 8.000 inwoners, in 1940 zo'n 9.000, in 1950 rond de 10.000 — en in 1980 was dat aantal gegroeid tot ongeveer 40.000. Vandaag de dag wonen er ± 45.000 mensen in Drachten, wat het tot een van de grootste plaatsen van Friesland maakt. De Philips-vestiging bestaat nog steeds en produceert naast scheerapparaten ook haardrogers, epileerapparaten, Wake-Up lampen en Senseo-apparaten.
Van kloostergangen tot moderne kunst
Het huidige museum voor moderne kunst is gevestigd in het voormalige Minderbroedersklooster, dat in 1937 door Franciscaner monniken in gebruik werd genomen. Na de sluiting van het klooster in 1970 deed het pand dienst als gemeentehuis, voordat het in 1994 werd omgevormd tot museum. De oude kloostergang en kapel zijn nog altijd zichtbaar, en de vroegere kloostertuin is nu een openbaar park.
De Lawei opende feestelijk in 1960 en werd sindsdien meerdere keren uitgebreid — onder meer in 1966 en 1984 — om aan de groeiende vraag naar theater, muziek en comedy te voldoen. Na een grondige verbouwing werd het gebouw in 2015 opnieuw feestelijk heropend en vormt het nog altijd het culturele hart van Drachten.
Dit voormalige vrouwenklooster van de Ongeschoeide Carmelitessen werd in 1936 gebouwd en in etappes uitgebreid. Er wonen tegenwoordig geen nonnen meer, maar het klooster met zijn kloostertuin wordt nog altijd gebruikt voor uiteenlopende gelegenheden, waaronder huwelijken.
Op de plek waar vroeger een ophaalbrug over de Drachtster Compagnonsvaart lag, verrees in 1996 het Carillon: een ontwerp van architect Gunnar Daan op de kruising van de winkelpromenades, en tegenwoordig een van de bekendste herkenningspunten van het centrum.
Drachten in de wereld
De gemeente Smallingerland, waar Drachten de hoofdplaats van is, onderhoudt al decennialang jumelagebanden met twee steden ver buiten Friesland: Gobabis in Namibië en Kiryat Ono in Israël. Deze vriendschapsbanden leiden regelmatig tot culturele en maatschappelijke uitwisselingen tussen de gemeenschappen.
De band met Kiryat Ono is zelfs terug te zien in het straatbeeld: achter theater De Lawei ligt het Kiryat Onoplein (tot 1967 het Van Harinxmaplein), en in Kiryat Ono zelf ligt op zijn beurt een plein dat is vernoemd naar Drachten.
Sporen van het verleden in het straatbeeld
Wie goed kijkt naar de straatnamen van Drachten, leest een stukje geschiedenis. Het Moleneind en de Oliemolenstraat herinneren aan de twaalf molens die het dorp ooit rijk was. De Torenstraat dankt zijn naam aan de kerktoren die aan het einde van de straat oprijst, terwijl de Stationsweg nog altijd verwijst naar het treinstation dat er allang niet meer is. Andere straten zijn vernoemd naar markante inwoners: de Bruins Slotstraat naar een voormalige burgemeester, de Tine Talmanstraat naar de vrouw die zorgde voor een wijkgebouw van het Groene Kruis, en de Pier Panderstraat naar een gerenommeerd kunstenaar. Zelfs de wijk Beter Wonen, ooit gebouwd voor politiek bewuste arbeiders rond een pleintje met waterpomp, bestaat nog altijd en is aangewezen als rijksmonument.
Een dorp met de allure van een stad
Anno vandaag is Drachten een levendig centrum voor wonen, werken en winkelen, met een autovrij hart rond De Kaden, culturele instellingen als De Lawei en Museum Dr8888, en een groeiend aantal bedrijven en voorzieningen. Toch is de rust van het Friese landschap — met natuurgebieden als de Alde Feanen op steenworp afstand — nooit ver weg.
Met ± 45.000 inwoners blijft Drachten "het grootste dorp van Nederland", een plek waar eeuwenoude geschiedenis en eigentijdse ontwikkeling hand in hand gaan. Van vervening tot Shared Space: het verhaal van Drachten is nog altijd in beweging.